Statuten

STATUTEN, NAAM EN ZETEL
Artikel 1.
1. De stichting draagt de naam: Stichting Financieel Steun Fonds - de ronde venen.
2. De stichting is gevestigd te Gemeente De Ronde Venen.
 
DOEL
Artikel 2.
1. De stichting heeft ten doel:
a. het bieden van financiële hulp aan mensen in financiële nood;
b. het (mede)financieren van saneringsoplossingen voor mensen in financiële noodc. het ondersteunen van mensen in financiële nood door
    middel van financieel advies en (budget)begeleiding;       
d. het verrichten van alle handelingen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk kunnen zijn.
2. De stichting tracht haar doel onder meer te bereiken door:
a. het verstrekken van noodzakelijk geachte financiële hulp  aan mensen in financiële nood in de Gemeente De Ronde Venen en omgeving;      
b. het verstrekken van financiële middelen ter realisatie van saneringsoplossingen voor mensen in financiële nood in de Gemeente De Ronde
    Venen en omgeving;
c. het verrichten van werkzaamheden en door middelen, die met het vorenstaande in de ruimste zin verband houden of daartoe bevorderlijk 
    kunnen zijn.
 
Artikel 3.
1. Het vermogen van de stichting wordt gevormd door:
a. subsidies en donaties;
b. verkrijgingen krachtens legaat of erfstelling;
c. vergoedingen voor door de stichting verrichte prestaties;
d. alle andere verkrijgingen en baten.
2. Erfstellingen mogen door de stichting slechts worden aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving.
3. De stichting heeft geen winstoogmerk en beoogt werkzaam te zijn als een instelling van algemeen nut als bedoeld in artikel 6:33 eerste lid, onderdeel b van de wet IB 2001 dan wel de daarvoor te eniger tijd in de plaats gestelde regeling en streeft ernaar als zodanig te worden aangemerkt door de in de wet IB bedoelde inspecteur. Het uitkeringsbeleid van de stichting dient zodanig te zijn dat de stichting kan worden aangemerkt als een instelling als bedoeld in artikel 32 lid 1 sub3 van de Successiewet 1956 - - juncto artikel 6.33 sub b van de Wet inkomstenbelasting 2001.
4. De stichting houdt niet een groter vermogen aan dan naar het oordeel van het bestuur redelijkerwijs nodig is voor de continuïteit van de voorziene werkzaamheden ten behoeve van haar doelstelling.
5. Geen natuurlijke persoon of rechtspersoon (anders dan de stichting zelf) kan over het vermogen van de stichting beschikken als ware het zijn eigen vermogen.
 
BESTUUR
Artikel 4.
1.   Het bestuur van de stichting bestaat uit ten minste twee (2) personen en maximaal vijf (5). Het aantal bestuursleden wordt vastgesteld door het bestuur. Het bestuur vult zich aan door coöptatie.
2.    Het bestuur kiest uit zijn midden een voorzitter, een secretaris en een penningmeester. De functies van voorzitter, secretaris en/of
penningmeester kunnen door één persoon worden vervuld. Het bestuur van de stichting benoemt een continuïteitscommissie. De leden van de continuïteitscommissie kunnen geen lid van het bestuur zijn.  De continuïteitscommissie bestaat uit één of meer natuurlijke personen of rechtspersonen.
3. Alleen natuurlijke personen zijn benoembaar tot bestuurslid.
4. De bestuursleden worden benoemd voor een periode van vier jaren en kunnen aansluitend maximaal viermaal voor een periode van vier jaren worden herbenoemd. Aftredende bestuursleden zijn terstond herbenoembaar, waarbij een herbenoeming voor een vijfde termijn slechts kan geschieden bij besluit genomen met unanieme stemmen.
5. Het bestuurslidmaatschap eindigt: 
a.  door zijn aftreden volgens het rooster van aftreden;
b.  op zijn eigen verzoek door schriftelijk bedanken;
c.  door zijn faillissement of zijn surséance van betaling of indien de schuldsaneringsregeling op hem van toepassing wordt; 
d.  door zijn ondercuratelestelling;
e.  door zijn overlijden;
f.  door zijn ontslag verleend door het bestuur. Een bestuursbesluit tot ontslag van een bestuurslid wordt genomen door de overige in functie  
    zijnde bestuursleden met algemene stemmen.
g.  door zijn ontslag door de rechtbank op grond van het bepaalde bij de wet.
6.  Mochten in het bestuur om welke reden dan ook één of meer leden ontbreken, dan vormen de overblijvende bestuursleden, of vormt het enig overblijvende bestuurslid, niettemin een bevoegd bestuur, onverminderd de verplichting om zo spoedig mogelijk te voorzien in de vacature of vacatures. Bij ontstentenis of belet van alle bestuursleden berust het bestuur tijdelijk bij de  continuïteitscommissie of door deze continuïteitscommissie aan tw wijzen personen. Voor de gedurende deze periode verrichte bestuursdaden worden de aangewezen personen met een bestuurder gelijkgesteld.
Onder belet wordt verstaan: (a) schorsing; (b) ziekte; (c) onbereikbaarheid, waarbij voor de gevalen onder (b) en (c) geldt dat van belet sprake is in geval er gedurende een periode van vijf (5) dagen geen communicatie heeft kunnen plaatsvinden tussen de stichting en de betreffende bestuurder, tenzij het bestuur in een voorkomend geval een andere termijn vaststelt.
7. De leden van het bestuur genieten geen beloning voor hun werkzaamheden. Zij hebben wel recht op vergoeding van de door hen in de uitoefening van hun functie in redelijkheid gemaakte kosten.
8. Het bestuur draagt er zorg voor dat de stichting steeds beschikt over een actueel beleidsplan dat inzicht geeft in de door de stichting te verrichten  werkzaamheden, de wijze van werving van gelden, het beheer van het vermogen van de stichting en de besteding daarvan.
9. Het bestuur draagt er voorts zorg voor dat de kosten van werving van gelden en de beheerkosten van de stichting in redelijke verhouding staan  tot de bestedingen ten behoeve van het doel van de stichting.  TAKEN EN BEVOEGDHEDEN VAN HET BESTUUR
 
VERTEGENWOORDIGING
Artikel 5.
1. Behoudens beperkingen volgens de statuten is het bestuur belast met het besturen van de stichting.
2. Bij de vervulling van hun taak richten de bestuursleden zich naar het belang van de stichting en de daarmee verbonden organisatie. Ieder bestuurslid is tegenover de stichting gehouden tot een behoorlijke vervulling van de hem opgedragen taak.
2. Het bestuur is bevoegd overeen komsten aan te gaan tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen en tot het aangaan van - overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk medeschuldenaar verbindt, zich voor een derde sterk maakt of zich tot zekerheidsstelling voor een schuld van een derde verbindt.
3. Het bestuur is bevoegd tot vertegenwoordiging van de stichting voor zover  de wet niet anders bepaalt. De bevoegdheid tot vertegenwoordiging komt mede toe aan twee gezamenlijk handelende bestuursleden. Het bestuur kan een bestuurslid en/of een derde machtiging verlenen om de stichting binnen de in de volmacht omschreven grenzen te vertegenwoordigen.
4. Een bestuurder neemt niet deel aan de beraadslaging en besluitvorming indien hij daarbij een direct of indirect persoonlijk belang heeft dat  tegenstrijdig is met het belang van de stichting. In het geval alle bestuurder(s) een tegenstrijdig belang hebben, blijft het bestuur bevoegd. Het bestuur zal dan de overwegingen die aan het besluit ten grondslag liggen schriftelijk moeten vastleggen.
 
BESTUURSVERGADERINGEN
Artikel 6.
1. Het bestuur vergadert tenminste éénmaal per jaar en voorts zo dikwijls als de voorzitter of een ander bestuurslid zulks gewenst acht. De oproeping tot een vergadering geschiedt schriftelijk tenminste zeven dagen van tevoren de dag der oproeping en die der vergadering niet meegerekend onder  vermelding van de plaats van de vergadering en de te behandelen onderwerpen. Jaarlijks, uiterlijk zes maanden na afloop van het boekjaar, wordt een jaarvergadering gehouden. De agenda van de jaarvergadering bevat onder meer:
a.  het jaarverslag van het bestuur;
b.  het financieel jaarverslag over het afgelopen boekjaar; 
c.  goedkeuring van de balans en van de staat van baten en lasten en de daarbij behorende toelichting;      
d.  de vaststelling van de begroting;
e.  de (her-)benoeming van eventuele (volgens het rooster) aftredende bestuursleden;      
f.   de herbenoeming van de (rechts)persoon of (rechts)personen als bedoeld in artikel 4 lid 6.
2.  Indien de bijeenroeping niet schriftelijk is geschied of onderwerpen aan de orde komen die niet bij de oproeping werden vermeld, dan wel de
bijeenroeping is geschied op een termijn korter dan zeven dagen, is een geldige besluitvorming van het bestuur niettemin mogelijk, mits in de betreffende vergadering alle in functie zijnde bestuursleden aanwezig zijn en geen der bestuursleden zich alsdan tegen de besluitvorming verzet.
3. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter en bij diens afwezigheid door een door de vergadering aan te wijzen ander bestuurslid. Geldige besluiten kunnen slechts worden genomen indien tenminste de - - helft van de in functie zijnde bestuursleden aanwezig of vertegenwoordigd is.
4. Van elke bestuursvergadering worden notulen gehouden door de secretaris of bij diens afwezigheid door een daartoe aangewezen bestuurslid. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in een volgende bestuursvergadering en ten blijke daarvan door de voorzitter en secretaris van die vergadering ondertekend.
5. Toegang tot de vergadering hebben de bestuursleden alsmede zij die door de ter vergadering aanwezige bestuursleden worden toegelaten. 6. Een bestuurslid kan zich door een door hem daartoe schriftelijk gevolmachtigd medebestuurslid ter vergadering doen vertegenwoordigen.
 
BESLUITVORMING BESTUUR
Artikel 7.
1. Ieder bestuurslid heeft één stem. Voor zover in deze statuten niet anders is bepaald, worden bestuursbesluiten genomen met volstrekte meerderheid van de ter vergadering uitgebrachte stemmen. Blanco stemmen worden geacht niet te zijn uitgebracht. Bij staking van stemmen wordt hervoorstel in de volgende vergadering opnieuw aan de orde gesteld. Staken de stemmen wederom, dan is het voorstel verworpen. De voorzitter van de vergadering bepaalt de wijze van stemming.
2. Buiten vergadering kunnen bestuursbesluiten worden genomen, mits alle bestuursleden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en zij allen schriftelijk hebben verklaard zich niet tegen deze wijze van besluitvorming te verzetten. Een besluit is alsdan genomen zodra de vereiste meerderheid van alle bestuursleden zich schriftelijk voor het voorstel heeft verklaard.
 
GEBRUIK VAN INTERNET
Artikel 8.
1. Bestuursvergaderingen kunnen gehouden worden middels een elektronische beeldverbinding.
2. Schriftelijke verklaringen, besluitvorming, stemmingen of oproepingen kunnen plaats vinden langs elektronische weg of digitaal systeem van  gegevensuitwisseling.
3. Bestuursleden zijn verplicht een passend elektronisch (e-mail) adres en de wijzigingen daarin aan de secretaris op te geven.
 
BOEKJAAR EN JAARSTUKKEN
Artikel 9.
1. Het boekjaar van de stichting is gelijk aan het kalenderjaar.
2. Het bestuur is verplicht van de vermogenstoestand van de stichting en van alles betreffende de werkzaamheden van de stichting, naar de eisen die voortvloeien uit deze werkzaamheden, op zodanige wijze een administratie te voeren en de daartoe behorende boeken, bescheiden en andere gegevensdragers op zodanige wijze te bewaren, dat te allen tijde de rechten en verplichtingen van de stichting kunnen worden gekend.  3. Het bestuur is verplicht jaarlijks vóór één juli de balans en de staat van baten en lasten van de stichting te maken en op papier te stellen.
4. Het bestuur is bevoegd een registeraccountant of accountant administratieconsulent te benoemen teneinde de balans en de staat van baten en lasten te controleren.
5. Het bestuur is verplicht de in dit artikel bedoelde boeken, bescheiden en andere gegevensdragers gedurende zeven jaren te bewaren.
6. De op een gegevensdrager aangebrachte gegevens, uitgezonderd de op papier gestelde balans en staat van baten en lasten, kunnen op een andere gegevensdrager worden overgebracht en bewaard, mits de overbrenging geschiedt met juiste en volledige weergave van de gegevens en deze gedurende de volledige bewaartijd beschikbaar zijn en binnen redelijke tijd leesbaar kunnen worden gemaakt.
 
STATUTENWIJZIGING
Artikel 10. 
1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot wijziging van de statuten.
2. Een besluit van het bestuur tot statutenwijziging behoeft een meerderheid van twee derden van de stemmen, uitgebracht in een vergadering waarin - alle in functie zijnde bestuurders aanwezig of vertegenwoordigd zijn. Is een vergadering, waarin een voorstel tot statutenwijziging aan de orde is, niet voltallig, dan wordt een tweede vergadering bijeengeroepen, te houden niet eerder dan twee en niet later dan vier weken na de eerste  vergadering. In deze tweede vergadering kan ongeacht het aantal tegenwoordige of vertegenwoordigde bestuursleden rechtsgeldig omtrent het voorstel, zoals dit in de eerste vergadering aan de orde was, worden besloten, mits met een meerderheid van twee derden van de uitgebrachte stemmen.
3. Bij de oproeping tot de vergadering waarin een statutenwijziging zal worden voorgesteld, dient een afschrift van het voorstel, bevattende de woordelijke tekst van de voorgestelde wijziging, te worden gevoegd. 
4. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat hiervan een notariële akte is opgemaakt. Tot het verlijden van een akte van statutenwijziging is ieder bestuurslid bevoegd.
 
ONTBINDING EN VEREFFENING
Artikel 11.
1. Het bestuur is bevoegd te besluiten tot ontbinding der stichting. Op het besluit van het bestuur tot ontbinding is het bepaalde in lid 2 van het vorige artikel van overeenkomstige toepassing.
2. Bij het besluit tot ontbinding wordt tevens de bestemming van het liquidatiesaldo vastgesteld. De bestemming van het liquidatiesaldo zal in  overeenstemming moeten zijn met de doelstellingen van de Stichting en worden uitgekeerd aan een of meerdere in Nederland gevestigde ANBI-instellingen. 
3. Na de ontbinding geschiedt de vereffening door de bestuurders. Een overschot na vereffening wordt uitgekeerd zoals door de vereffenaars te bepalen.
4. Na afloop van de vereffening blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de bij de wet voorgeschreven termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. 
5. Op de vereffening zijn overigens de bepalingen van Titel 1, Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing.
 
SLOTBEPALING
1. In alle gevallen, waarin zowel de wet als de statuten niet voorzien, beslist het bestuur.
2. Het eerste boekjaar van de stichting eindigt op eenendertig december tweeduizend tweeëntwintig.